Menu
Laatste berichten
- Meike en Goofy
- Boottochtje Broek in Waterland – Purmer
- One small step….
- De Kolibrivlinder
- Boottochtje bij De Rijp
Bericht categorien
Meta
04Oct
Meike en Goofy from Peter Kik on Vimeo.
16Jul
Oud en nieuw op 1 plaatje
05Jun
Gezien in De Rijp (Noord Holland)
Eerst dachten we een Kolibri te zien, maar waarschijnlijk is het een zogenaamde Kolibrivlinder.
(Geknipt uit foto’s die zijn genomen met een telefoon)
En een filmpje (HTC Desire Z):
Kolibri vlinder from Peter Kik on Vimeo.
12May
24Oct
Namib Naukluft Park
We verlaten Swakopmund na drie dagen met gemengde gevoelens. We hebben er lekker uit de wind in een huisje gezeten, de auto is weer redelijk stofvrij, alle kleren gewassen en de schoongemaakte koelkast is weer gevuld. Maar verder viel het eigenlijk een beetje tegen: het was fris, winderig en het National Aquarium, waar we in een tunnel onder de haaien hadden willen lopen, was wegens renovatie gesloten. Ook wilden we in Walvis Bay een vaartocht maken, maar grote groepen duitsers hadden alle boten volgeboekt, dus ook dat ging niet door.
Wel hebben we een permit geregeld voor het Namib Naukluft Park en na 60 kilomter slaan we af van de doorgaande weg richting Gobabis en komen begin van de middag bij de Gobabib campsite aan. De woestijn is hier een golvende vlakte waar we aan de horizon het begin van de enorme zandduinen van de Namib woestijn kunnen zien. De campsite is de meest primitieve die we hebben gehad: rond een grote eenzame rotspartij zijn een stuk of 6 plekjes gemaakt met een vuurplek, wat schaduw door overhangende rotsen en een long-drop wc. We hebben zelf genoeg water bij ons en gebruiken nu ook de eerste keer onze ‘solarshower’: een zwarte waterzak die na twee uur in de zon te hebben gelegen heerlijk warm douchewater geeft. Elke campsite heeft tot nu toe wel ‘resident animals’ gehad, maar deze spant de kroon: een woestijnvosje die ondanks de afgelegen locatie niet erg schuw is. (lees: bijna het vlees van de BBQ afjat)
Richting Sossusvlei
Solitaire is een inmiddels bekend bevoorradingspunt in deze verlaten hoek. Een tankstation met winkeltje en restaurant, veel meer is het niet. Strategisch gelegen stopt vrijwel elke reiziger hier wel even. Wij ook, om te tanken en te proberen aluminium folie te kopen want die is op en essentieel om te braaien. De man in het winkeltje is net zo weinig spraakzaam als de pompbediende, maar daarmee stopt de overeenkomst. Hij is niet chagrijnig, snapt wat we willen en als er geen rol folie in zijn winkel is loopt hij naar achter en zien we hoe hij in de keuken een flink vel van de rol daar afhaalt en netjes opvouwt. En we mogen er niets voor betalen.
In Swakopmund bleek dat de campsite bij Sossusvlei al volgeboekt is. Daarom moeten we nu buiten het park een campsite zoeken en kunnen we daarna ook pas bij zonsopkomst het park in. Doordat we een lus nog zuidelijker richting Luderitz hebben geschrapt hebben we wel alle tijd om iets leuk te zoeken en op het gemakje een goed moment uit te kiezen om de Sossusvlei te gaan bekijken.
Dus als we 80 km voor Sesriem een leuke guestfarm/campsite zien gaan we daar staan. Het is een heerlijk plekje, goed sanitair, een klein zwembad en bovendien kan je op het terrein van de farm ook prima wandelen. Dat laatste is er deze reis eigenlijk een beetje bij ingeschoten zodat we besluiten twee dagen te blijven staan en de koele morgen te gebruiken voor een wandeling.
We zijn vroeg op pad en lopen een uurtje of drie rond over de vlakte met lage struiken en kleine boompjes, door rivierbeddingen en…. tussen de kuddes Koedoes en Springbokjes die wel wat schuwer zijn dan we gewend zijn. Als een soort niet al te subtiele jagers proberen we de bokkies vanachter de struiken te benaderen. Mijn lichtblauwe Tshirt en nieuwe oranje rugzak helpen ook niet echt
![]()
Omdat het nog steeds veel te koel is voor de tijd van het jaar, willen we de volgende dag gewoon overdag naar Sossusvlei gaan en daar juist tot tegen de avond blijven (ipv van de gebruikelijke zeer vroege koele ochtend bezoeken). Die nacht barst er echter een storm los. Niet zomaar een beetje wind, maar zo erg dat we ons echt zorgen beginnen te maken dat de daktent het niet gaat overleven. Zand en stof gieren door de tent en we moeten op het uitklapgedeelte blijven liggen en zelfs dan komt de tent af en toe een decimeter omhoog. Straks worden we gesandwiched…
‘s Ochtends waait het nog steeds zo hard dat Hanneke op de ladder moet blijven staan terwijl ik de tent klaar maak om in te klappen.
Sossusvlei
Eind van de ochtend komen we in een halve zandstorm in Sesriem, de entree van Sossusvlei. We lunchen wat in een zanderig restaurant en als we een permit willen halen wordt ons afgeraden vandaag de Sossusvlei te bezoeken omdat er door het stof en zand niks te zien is. Waren we nou gisteren maar gegaan. Maar goed, we hebben nog tijd om het morgen nog eens te proberen, maar de wind zorgt voor een ander ‘probleem’. We zien het namelijk niet zo zitten om te gaan kamperen met deze wind. We rijden een stuk verder op zoek naar een niet al te duur dak boven ons hoofd voor de nacht. Als we de tent niet op hoeven te zetten kunnen we ook vroeg weg en dus morgen een ochtendbezoek brengen… Bij de eerste lodge kost een overnachting slechts 300 Euro pp, maar dat is dan wel alles inclusief. Wij weer snel verder. Dan komen we bij de Desert Homestead. De echte gasten bungalows zijn allemaal bezet maar in de gidsen-huisjes is nog wel ruimte. Die zijn misschien wat kleiner en minder luxe, maar met een bed en een douche en schone handdoeken en 30 Euro pp is het precies wat we zoeken. Bovendien kan je hier paardrijden en Hanneke kan de verleiding niet weerstaan. Terwijl ik op de veranda van het restaurant van de prachtige omgeving geniet en de zon onder zie gaan, zit Hanneke op een paard in de woestijn en geniet van een echte Sundowner.
Die nacht waait het nog steeds zo hard dat we ondanks het solide huisje toch wat onrustig slapen. We staan om half 6 op en na een licht ontbijt en gewapend met een ‘zwaarder’ ontbijtpakket voor in de vlei, rijden we met de opkomende zon weer naar Sesriem. Het waait nog steeds maar aangezien de tijd op is kopen we een permit en rijden over een 60 km lange asfalt weg de vlei in. Langzaam veranderen de vlaktes om ons heen in steeds groter wordende zandduinen waarvan de afwaaiende kammen scherp afgetekend zijn door de lage zon. Het zicht wordt steeds minder. Het laatste stuk is een zanderig 4×4 pad. Niet echt moeilijk maar een beetje tricky doordat er veel verkeer is en weinig zicht en je natuurlijk niet stil wil komen te staan. We stoppen daar waar mijn telefoon (gps/OpenStreetmap) vindt dat we moeten gaan lopen. Ongeveer op het moment dat we 20 minuten later de duin overklimmen naar ‘Deathvlei’ neemt de wind af en zien we plotseling weer de hele omgeving. Wat is Deathvlei/Sossusvlei eigenlijk? Kijk maar naar de foto’s. Eens in de zoveel jaar staat er wel eens water, maar meestal is het er droog en bloedheet.
Inglourious Basters
Eind van de dag komen we een paar honder kilometer verderop terecht op het Garies Restcamp dat wordt gerund door Koosie. En Koosie zorgt voor een leuke laatste dag in de wildernis. Hij hoort tot de be
volkingsgroep van de zogenaamd Basters, een bevolkingsgroep die vooral in de buurt van Rehoboth woont. (meer info:http://www.namibia-1on1.com/a-central/rehoboth-basters.html. Ze zijn niet wit en niet zwart en werden dus vroeger toen Namibië een blanke regering had maar ook nu niet echt serieus genomen. Koosie kletst er aardig op los en is ook erg geïnteresseerd in Nederland(ers). Het blijft voor Namibiers onbegrijpelijk hoe je met een 8 keer zo grote bevolking als Namibië kan wonen in een land dat maar zo groot is als Etosha National Park.
Zijn restcamp is schoon, heeft alles wat nodig is en er is zeker aandacht aan besteed, maar bestaat voor 90% uit hergebruikte materialen waardoor het er nogal bij elkaar geraapt uitziet. Dat de heetwaterleiding van de douches bezwijkt onder de druk van zijn zelfgemaakt open-vuur boiler zonder overdruk ventiel is ook niet helemaal verrassend. ‘s Morgens neemt hij ons mee in zijn (erg) oude Landcruiser om wat Bushman rotsgraveringen te bekijken en aan het begin van de middag zijn we weer onderweg voor de laatste kilometers.
Windhoek
Eind van de dag landen we op Monteiry camping vlak bij Windhoek. Een van de tuinmannen gaat even mee als gids om bier te halen in een van de lokale Shebeens. 0,75 liters die door onze Engel koelkast snel op een drinkbare temperatuur wordt gebracht. Op gepaste (lees: bourgondische) wijze vieren we onze laatste kampeerdag, deze keer met een langharige kat als resident animal. En een behoorlijk heftige onweersbui (met de eerste regen deze reis) die ons uit de slaap houdt.
De volgende morgen kunnen we Kashima B&B probleemloos vinden en laden de auto uit. ‘s Middags brengen we hem terug naar Budget die hem zonder problemen en al te veel na te kijken weer innemen. Wij lopen de stad in om nog wat souvenirs te kopen en getuige te zijn van de eerste echte regenval in 231 dagen in Windhoek. Als we een paar uur later na een lekker diner weer naar Kashima gaan is er van de tropische bui al nauwelijks meer iets terug te zien. Het vliegtuig vertrekt netjes op tijd en ook de aansluiting op Johannesburg gaat soepel. Daar zitten we klaar voor vertrek als de gezagsvoerder meld dat ze een verschil van mening hebben met de computer en besloten hebben nog wat extra kerosine aan boord te nemen. Uiteindelijk vertrekken we met ruim een uur vertraging waarvan een klein half uur is goedgemaakt als we op Heathrow op een uithoek van Terminal 1 parkeren en we precies een uur hebben om onze aansluiting te halen. We zitten achter in het vliegtuig en komen met de laatste bus aan bij de terminal waar we de bus nemen naar terminal 5 waar ons vliegtuig naar Schiphol vertrekt. Dat is een tochtje van een minuut of 15 en samen met een nogal uitgebreide toegangscontrole zorgt ervoor dat we precies door kunnen lopen de laatste bus naar en ons vliegtuig in. Twee uur later op schiphol zijn we dan ook verbaasd te ontdekken dat 3 van de 4 stukken bagage het vliegtuig ook gehaald hebben.
De vierde tas wordt de volgende dag netjes thuisbezorgd.
12Oct
Deze route is visueel gemaakt door de tracklog uit mijn Samsung Spica telefoon (OruxMaps) om te zetten naar een kml bestand. Ik moet tracklog nog verder ‘opschonen’ om de rare waardes eruit te halen die nu de opvallende scherpe punten laten zien. Vooral de wandelroutes zijn minder nauwkeurig gelogd omdat de telefoon dan in de rugzak of broekzak zat. Mocht je geïnteresseerd zijn in de tracklog’s mail me dan even.
01Oct
Een kort berichtje vanaf het vliegveld in Windhoek. We zijn door de douane en gaan zo aan boord van SA 77 naar Johannesburg.
Ruacana
Vanuit Oshakati zijn we over een goede asfaltweg doorgereden naar Ruacana, aan de grens met Angola. De grens wordt gevormd door de Kunene rivier, en in die rivier zitten een aantal watervallen die we willen bekijken. Nu weten we dat we in het droge periode reizen en dat de watervallen dus wel niet op hun spectaculairst zullen zijn. De Ruancana Falls, die qua omvang de Victoria watervallen benaderen, schieten daarin een beetje door: het enorme ravijn waarin het water over een breedte van honderden meters meer dan 135 meter naar benden kan vallen is helemaal droog. De stuwdam in Angola staat dicht en dus komt er geen druppel deze kant op. De nabij gelegen Namibische krachtcentrale krijgt zijn water door een grote tunnel uit het stuwmeer. Dat vertelt de bewaker van de nabij gelegen enorme centrale. Hij zit om een praatje verlegen en weet ons ook te vertellen dat er op het moment ook geen rondleidingen zijn omdat er groot onderhoud wordt uitgevoerd.
We druipen beteutert af naar de Hippo Pool campsite, een door de lokale Himba bevolking gerunde campsite aan de rivier. We zijn de enige gasten en ons plekje is aan de rand van de rivier waar we echter geen hippo’s zien maar wel grote krokodillen die op de andere oever in de zon liggen.
De reis naar Epupa – waar ook watervallen zijn – zullen we niet snel vergeten. In de reisgidsen staan verschillende verhalen die melden dat de ca. 125/145 kilometer in 3,5 uur tot 2 dagen te doen zijn. Omdat er halverwege een langere maar veel betere ‘grontpad’ mogelijk is, besluiten we gewoon te kijken hoe de eerste helft verloopt en dan wel verder te zien. Dat eerste stuk gaat prima en is erg mooi: we volgen de rivier door een rotsachtig en bergachtig landschap, waar we slechts een enkel Himba dorpje tegenkomen, met bijbehorende zwaaiende kindertjes. Nog voor 12 uur komen we op de kruising bij het gehucht Swartboois Drift en besluiten we gewoon door te rijden, want op deze manier gaat het prima. Het pad wordt in en net na het dorp wel veel smaller en slechter. Na twintig minuten krijg ik wel wat twijfels over de beslissing maar dan komt er een bushcamper (een 4×4 toyota lancruiser met een vrij forse camper opbouw) van de andere kant. Hmm denken we allebei, als hij het kan, moet het ons ook wel lukken. En dus gaan we door.
Maar ipv beter wordt het pad steeds slechter. Stijle, door de regentijd diep uitgesleten sporen, met grote keien en rotsen, heuvel na heuvel…. De Nissan gaat regelmatig naar zijn lage 4×4 gearing en ik heb al mijn (beperkte) ervaring nodig om er door te komen. Hannekes schouder (en daar mee Hanneke zelf ook natuyurlijk) is niet blij als we met minder dan 10 km/uur voort kruipen en constant enorm heen en weer worden gegooid in de gordels. Na een paar uur beginnen we te twijfelen of we wel voor donker in Epupa zullen zijn, maar sneller rijden is onmogelijk… Enige pluspuntje is dat navigeren een fluitje van een cent is: er is maar 1 pad en dat is makkelijk te volgen, zo langs de rivier.
Toch gaat ook dat mis en de navigatie/gps/telefoon laat ineens zien dat we een veel te zuidelijke koers rijden… wel langs een rivier, maar niet de goede. Het goede nieuws is dat het pad een stuk beter is en we zo hopelijk op de doorgaandeweg uitkomen. Dat gebeurd en net voor donker rijden we de Epupa falls camping op, moe en sjacherijnig.
Epupa
De volgende morgen kijken we zo vanuit de daktent uit over de (bovenstroom) van de watervallen… dat maakt wel weer wat goed. Ook de buscamper is hier en voor het eerst realiseer ik me dat toen we hem tegenkwamen, hij waarschijnlijk net omgedraaid was…
De Epupa watervallen hebben gelukkig wel behoorlijk water en de omgeving met Baobab bomen is erg mooi.Ook de campsite is prima, met veel schaduw zodat we weer een beetje op adem kunnen komen. ‘s Avonds krijgen we wat luidruchtige maar erg aardige blanke Namibiers als buren. We krijgen zelfs blikjes Bacardi Cola aangeboden en later op de avond als alcohol rijkelijke vloeit en grote hoeveelheden vlees over de braai zijn gekomen, mogen we de schnapps opmaken… We slapen wat laat, maar het was wel gezellig. Ook grappig om een conversatie te hebben waarbij de een nederlands spreekt, de ander Afrikaans en de ander Engels. En dat lag niet alleen aan het bier.
De volgende morgen maken we voor het te warm is een wandeling in de bergen langs de rivier en rijden dan door richting het zuiden.
Dit gedeelte van Namibie – het Kaokoveld – staat bekend om zijn nog traditioneel levende Himba bevolking. Toch heeft het tourisme hier al behoorlijk toegeslagen en tegen de tijd dat we in Opuwo willen gaan bevoorraden zijn we de opdringerigheid eigenlijk een beetje zat. De zwaaiende kindertjes hebben plaats gemaakt voor de hand ophoudende kindertjes en volwassenen. Als er bij de supermarkt meteen een meute om ons heen zwermt die op de auto willen passen, geld willen hebben voor melk, ons mee willen nemen naar een traditioneel dorp enz. hebben we er helemaal genoeg van. We doen – veel te snel – boodschappen, berekenen dat we het met benzine nog wel ff redden en rijden dan snel door. Een paar kilomter buiten het gat stoppen we om de boodschappen fatsoenlijk op te bergen en wat te eten.
Later die dag komen we aan in Sesfontein en laat Namibie zich gelukkig weer van de kant zien zoals we hem eigenlijk kende. Het desolate tankstation heeft een vrolijke bediende die, nadat er meer dan 80 liter in de auto is getankt – met gemaakte verbazing onder de auto kijkt of er ergens een lek zit. (Die zit er niet, maar de motor is een dorstig type, en ondanks de 120 liter tank halen we maar een kilometer 850 op 1 tank). We komen op de door een lokaal ontwikkelingsproject gebouwde en door de lokale bevolking gerunde camping: de Cameltop Campsite. Met ruime plekken, en een – met riet en takken afgeschermde openlucht- wc (gewoon 1 die doortrekt) en douche per plek wordt dit een van de leukste camps van de reis. We eten op houtvuur (ligt klaar) gebakken boerewors met geroosterde paprika. En koud bier om het weg te spoelen natuurlijk.
Palmwag en Twijfelfontein
We hebben een paar dagen met wat minder kilometers gepland en komen dan ook al vroeg in het Palmwag Resort aan. Hier kan je ook wandelen in de omgeving van het resort waar allerlei wild, waaronder Woestijn Olifanten voorkomen. Het is natuurlijk geen Etosha en je moet wel mazzel hebben wil je ook gelijk een Olifant zien, maar het zit weer mee. Vlak voor we vertrekken voor een namiddag wandeling met gids struint er een olifant rond het Resort. Tijdens de wandeling zien we ook nog Hartman Berg zebra’s en een portie springbokkies en een rondsluipende coyote. Ook groeien hier de Welwichia Miraabilis: een erg bijzonder woestijnplant die duizenden jaren oud kan worden en zijn hele leven slechts twee bladeren groeit, vlak boven de grond.
En weer verder. Dit had ook eenkorte dag in de auto moeten worden maar door ons overhaast winkelen in Opuwo hebben we eigenlijk te weinig eten voor de komende dagen en moeten we omrijden over Khoraxis. De piste is gelukkig behoorlijk goed en het schiet wel op, maar een gemiddelde van meer dan 60 km/uur halen we eigenlijk niet op deze pistes (en de verhuurder heeft ook liever niet dat we harder gaan, zo meld een sticker op de voorruit).
Het is inmiddels verassend koeler geworden. De airco gebruiken we helemaal niet meer en de ramen blijven bijna gesloten. We stoppen bij het Petrified Forest en daar krijg ik zelfs in de zon gewoon kippevel. Het versteende woud is een beetje een ‘over statement’ voor een verzameling rotsen in de vorm van stukken boomstam. Het zijn ooit in de ijstijd meegesleepte bomen uit centraal Afrika die op meer dan een kilometer diepte, bedekt met klei, zijn versteend door de inwerking van diverse mineralen, zo verteld onze Gids Stephanus ons in goed en duidelijk Afrikaans. Het lijken net boomstronken, inclusief bast, jaarringen en knoesten, maar als je ze aanraakt is het keiharde, koude steen.
De volgende morgen gaan we na een erg koude nacht vroeg op richting de rots gravures van Twijfelfontein, zo genoemd naar zijn niet al te betrouwbare bron. Ook hier moeten/gaan we met een gids op pad: een kleine donkere vrouw die zich voorstelt als Monalisa. Ze laat ons de her en der verspreide – maar erg uitgebreide – rotsgavures zien en verteld er een boeiend verhaal bij. Er is wel een hoop gebeurd sinds ik hier bijna 20 jaar geleden was en op eigen houtje een beetje mocht rondstruinen. Nu komen er busladingen mensen, zit er een compleet visitorscentre bij met klein museum en is een gids verplicht.
Skeleton Coast
Als we wegrijden zijn we in dubio. Het (nieuwe) plan is om nu naar/door de Skeleton Coast National Park te gaan,, maar dat is nog een erg lang stuk rijden voor we zeker weten dat we kunnen overnachten (in het park mag het namelijk niet). Het alternatief is om (weer) terug naar Khoraxis, maar die weg hebben we al twee keer gezien en is uiteindelijk langer. We kiezen toch voor Skeleton Coast en krijgen daar geen spijt van. het vrij bergachtige half-woestijnlandschap maakt nu snel plaats voor kale heuvels en grote winderige vlaktes. Het Park lijkt kaal en onherbergzaam maar heeft een fragiel ecosysteem dat door strikte regels voor bezoekers in stand wordt gehouden.De kust is een mekka voor branding vissers die hier vanuit de hele wereld naar toe komen. Maar niet in dit seizoen. Nu mogen we er alleen doorheen om naar Swakopmund te rijden en we mogen nergens van de route afwijken. Het waait enorm over het maan-landschap en de piste is afen toe bedekt met een meter hoge zandwind die als een harde hagelbui knettert op de auto. We bereiken de kust waar een stormachtige wind zorgt voor een ruige branding en nog meer lage zandstormen. We houden ons hart een beetje vast want we hadden geplandte overnachten op de campsite bij Mile 108 (108 mijlen bij Swakopmund vandaan) en verwachten hier een kale campsite op het strand. Dat blijkt te kloppen, gelukkig zijn er toiletgebouwen waarachter we redelijk beschut kunnen koken en zitten, maar de daktent steekt er bovenuit. De toiletten zijn van het type open pot met grote ruimte eronder waar de boel zich mag ophopen. In australie noemde ze het longdrop’s. Die zie je hier ook veel maar blijkbaar hebben ze de techniek hier wat beter onder de knie, want ze stinken eigenlijk nooit en er zijn nauwelijks vliegen. Wel zorgt de wind in de ventilatie er voor dat het wc papier omhoog valt. Heel apart. Als de zon onder is slaat de kou toe. We hebben ontdekt dat de meegeleverde slaapzakken gelukkig aan elkaar geritst kunnen worden en op 1 na zijn alle openingen in de tent dicht. Laat de wind nou ‘s nachts stiekem draaien.
Swakopmund
Na een slechte, koude, onrustig nacht gaan we op weg en zien we een wegwizjer naar het Cape Cross resort. Cape cross heeft een beroemde (en stinkende) zeeleeuwen kolonie maar om daarom nou een soort klein Port Zelande uit de grond te stampen op deze troosteloze kale kust…. Nou hebben wij zin in koffie met sachertorte en dus slaan we af en bezetten de ontbijtzaal van het resort. Ik scan de branding af naar zeehonden/leeuwen maar zie alleen een te dikke kale duitser in een wetsuit op een surfplank die aan zijn gejuich te zien, eindelijk zijn eerste golf uitrijdt. De koffie met chocolade cake blijkt een toppertje van formaat. Het chocolade gebak is zo groot en machtig dat Hanneke het laatste stukje niet eens opeet. Schande. maar ik hoef het ook niet meer. De rest van de dag hebben we allebei buikpijn maar dat kwam vast van de kou en niet van de torte.
Nu zijn we in Swakopmund. Een vakantie oord dat ook midden in de zomer nog aangenaam is en dus in het voorjaar koud. Overdag een graad of 15 en een stormachtige wind. Reden genoeg om in het Municipal Bungaklowpark een huisje te nemen voor de drie bijkom-dagen die we hier hebben gepland. Want 15 graden klinkt dan misschien koud (en is het ook, zeker als het een paar dagen eerder nog tegen de 40 was) maar de strak blauwelucht zorgt er voor dat de zon zijn werk kan doen. En die zon is heet! In de schaduw kippevel, in de zon zweten. Maar ja, we zitten wel midden in de woestijn en als je de andere kant op zou gaan van de evenaar, dan ligt Swakopmund halverwege de Sahara….
13Sep
Vandaag hebben we een rustdag genomen in een veel te luxe Lodge in Oshakati, ten noorden van Etosha National Park. Die rust hebben we even nodig. Niet alleen is het met temperaturen van boven de 35 graden een stuk warmer dan we hadden verwacht, ook hebben wel even nodig om alle indrukken uit Etosha te verwerken. Maar ik zal bij het begin beginnen, want we zijn al weer een week in Namibie en dit is de eerste keer dat we de tijd hebben om eens rustig wat web te loggen.
Windhoek
Na een rustige, weinig enerverende, vlucht van 18 uur kwamen niet al te gaar aan in Windhoek. En daar was het warm. Een graad of 5 warmer dan normaal. (ik kan nu al verklappen dat we nog geen jas, dikke trui of thermoshirt nodig hebben gehad).
De taxi stond klaar (het vliegveld is 40 km bij Windhoek vandaan) en bracht ons tot op 500 meter van de Bed&Breakfast die we hadden besproken. Daar moesten we – we zijn weer in Afrika – overstappen in een ander taxi voor het laatste stukje. Kashima (kleine schilpad) B&B is een prettig start: we hebben een kamer/huisje in de tuin en er is ook een zwembadje en een overdekte ruimte waar de ontbijttafel staat en ook een barretje is. Met gevulde koelkasten en een streeplijstje… hoe makkelijk wil je het hebben.
We struinen een dagje rond in Windhoek wat een leuk fris stadje is. We gebruiken de dag vooral om wat inkopen te doen en te informeren of het echt nodig is om de campings in Etosha National Park te reserveren. Als je dat vraagt bij het bureautje van de organisatie die die campings exploiteerd (Namibia Wildlife Resorts) zeggen natuurlijk geen nee. En zo besluiten we om toch maar te reserveren ookal haalt dat iets van de felxibiliteit uit de reis. Gelukkig staat Etosha al over drie dagen op het programma, dus daar kan dan niet zo veel aan misgaan, toch?
De Nissan
Grote verassing bij Budget Car Hire, waar Namibia 4×4 Hire onze auto heeft geregeld. Niet alleen is het een Nissan zoals we zelf hebben(nou ja bij ons zit het stuur aan de andre kant..), ook krijgen we een gratis upgrade naar een double cab en dat blijkt wel heel erg makkelijk. Met een single cab heb je helemaal geen ruimte in de cabine en ligt al je bagage achterin. Dat is al minder makkelijk, maar in bv Etosha mag je je auto niet verlaten… Da’s best lastig als je fototoestel achterin ligt.
De wagen is verassend compleet: daktent, 120 litertank, kampeeruitrustig, inclusief braaiset, swartpannetje, twee gasflessen, bestekset, pannenset, isolatie mokken, rvs wijnglazen etc. Ook een extra reservewiel, compressortje en sleeplint ontbreken niet. Niet het onbelangrijkste is de grote koelbox die door een extra accu ook ‘s nachts gewoon doorkoelt en zelfs in staat is te vriezen. Niet helemaal te vergelijken met de Campinggaz koelboxjes in Nederland.
Als we onderweg zijn (he, ze rijden hier links!) blijkt de Nissan toch een beetje anders dan die van ons zelf. De 3 liter benzine motor is wat trekkracht betreft een beetje ondermaats en na een wat enerverende inhaal maneuvre (inclusief opgestoken middelvinger en knipperende lichten!) besluit ik voortaan maar wat meer geduld te hebben. Ook werkt de sigarettenaansteker niet. Da’s balen, want de navigatie en camera batterijen oplader hebben die toch echt nodig. Gelukkig blijkt het slechts een kapotte zekering. Heel handig als je een auto een beetje kent.
Waterberg
Op het waterberg plateau willen we een wandelingetje gaan maken. Dan blijkt dat we het onmogelijke voor elkaar hebben gekregen en dat we Etosha eigenlijk een dag te vroeg hebben geboekt. Het Waterbergplateau wordt dus een ochtendje ipv van een dag. Dat is ook weer niet zo’n ramp want met deze temperaturen wil je niet midden op de dag een steile helling beklimmen. We komen al behoorlijk in een vroeg-opstaan-vroeg-naar-bed-ritme. Om 7 uur gaat de zon op en ook weer onder, tot een uur of 10 ‘s ochtends is het best aangenaam. Net genoeg tijd om de klim naar het plateau te maken en weer terug te komen. Het is een vrij pittige tochtje, maar de uitzichten zijn enorm en ook zien nog wat beesten: bergmarmotten en bavianen. Nadat we gisteren onze eerste echte wilde beesten: wrattenzwijnen (heel veel Pumba’s op de weg) en kleine hertjes (op de camping) gaat het zo niet slecht.
Etosha
Etosha (betekent vrij vertaald zoiets als: vanwege de grote hitte van het ene op het andere been springen) is een soort Beekse Bergen maar dan zo groot als Nederland. Het midden bestaat uit een grote vlakke ‘pan’ terwijl aan de zuidkant wat meer begroeiing is. Het zuidwesten is open voor publiek en er zijn 3 ‘lodges’ en campsites. We hebben ze van west naar oost gereserveerd en komen zo de eerste dag aan in Okaukueno. Etosha heeft een aantal ‘waterholes’, sommige door mensen permanent van water voorzien dmv een pomp op zonne-energie en de reden dat de beesten hier blijven. Wat Etosha vrij uniek maakt in Afrika is dat je gewoon met je eigen auto mag rondrijden op allerlei wegen langs de waterholes. Uiteraard moet je wel in je auto blijven en ook moet je voor zonsondergang terug zijn in een van de camps. En die camps zelf hebben ook waterholes die bovendien ‘s nachts verlicht worden. Tel dit op met het feit dat we speciaal aan het eind van de droge periode zijn gekomen en je kan wel aanvoelen komen dat het zien van wild bijna een zekerheid is.
Op de camping zien (horen) we vanuit de daktent aan de andere kant van het hekhele kuddes zebra’s in een dof gerommel voorbij lopen naar de waterhole… heel bijzonder. De waterhole in het camp is op het genante af: in een halve maan loopt een muur rond de waterhole en daarachter zitten, op comfortable rieten banken, kuddes mensen met bier en wijn en vooral camera’s en verrekijkers in de hand te kijken naar de kuddes beesten die af en aan lopen. Zebra’s, springbokken, giraffen, olifanten, oryxen, wrattenzwijnen, struisvogels, jakhalzen,…. Heel indrukwekkend en het kost die avond moeite om in slaap te komen.
De volgende dag rijden we naar het ‘Olifantsbad’ waterhole waar het nog eens dunnetjes wordt overgedaan, maar nu bij daglicht. Het is moeilijk uit te leggen hoe het voelt om zo dichtbij bij al die beesten te zijn. Ook onderweg duiken telkens dieren op in het struikgewas. We hebben een erg goede verrekijker en die is hier zijn geld dubbel en dwars waard al zijn de beeste vaak dicht genoeg bij om alles ook prima met het blote oog te zien.
Het Halali camp ligt een beetje in het midden en we hebben er voor gezorgd dat we op tijd binnen zijn en al vroeg eten. Tegen zonsondergang gaan we vol verwachting naar de waterhole (deze keer zitten we er schuin boven op een helling, en kijken naar beneden) en blijkt er, behalve een paar vogels, niks te zien. Voor het eerst moeten we even geduld hebben, maar dan komen er 8 olifanten tevoorschijn. Tegen de tijd dat het licht aan gaat is het een drukte van belang, maar zo snel als het begon is het ook weer afgelopen en staren we een half uurtje naar een lege waterplas. Dan sluipt er iets uit de bosjes… een leeuw nee al snel twee leeuwen! Het is zo stildat je ze 100 meter verderop hoort drinken. Het enige andere geluid is dat van de sluiters en zoom geluidjes van camera’s. En van de flitsers lijken de dieren ook niet onder de indruk.
Dan gaan de leeuwen weg en wordt erg rustig. Net als wij denken de meeste andere dieren vast dat de leeuwen een eindje verdrop hun kans liggen af te wachten. Een half uurtje lateris er toch weer beweging en komen er twee neushoorns met jong tevoorschijn. Wat een avond!
De volgende dag rijden we via verschillende waterholes naar het laatste kamp dat is gebouwd rond een (herbouwd) Duits fort. Een erg mooi kamp maar de waterhole is eigenlijk een beetje telleurstellend. Maar waarschijnlijk zijn we inmiddels enorm verwend. We verdenken de camp staff ervan dat ze de enorme olifantenkeutels die een meter of 5 voor het muurtje van de waterhole liggen, dat ze die er speciaal hebben neergelegd om de toeristen de indruk te geven dat er wel wat kan gebeuren. De zon gaat mooi onder en die film ik dus maar. Dan klinkt er een geplons naast de ‘tribune’ en stampt een olifant op 3 meter voorbij. Eet wat gras en vertrekt na een 10 minuten weer net zo rustig. Ondanks dat we nog twee uur blijven zitten gebeurd er die avond niets meer en gaan we een beetje teleurgesteld slapen.
De volgende morgen doen we rustig aan. De hitte en het vroege opstaan (en relatief laat naar bed) beginnen een beetje op te spelen. We rijden rond de kleine Fisherpan en nog een paar waterholes. We zien nog een hoop dieren, maar helaas niets nieuws. Ja, we zijn ook besmet met het toeristen-spottervirus.
We verlaten Etosha aan de noordwest Gate en zetten koers naar het noorden waar we naar de Rucana watervallen en de Kunene rivier willen gaan. We besluiten halvewege in Oshakati een rustdag in te lassen. Daar gaan we de komende dagen rustig plannen, dit verhaaltje typen, wassen en de voorraden bijvullen. Want het gebied waar we nu naar toe gaan is erg afgelegen en we moeten wel een dag of 5 onafhankelijk kunnen reizen. Dus waarschijnlijk tot over een weekje, wanneer we weer in de beschaving zijn… tot die tijd genieten wij!
Peter en Hanneke









