Namibie (deel 2, vanuit Swakopmund)

Ruacana
100_3154.JPGVanuit Oshakati zijn we over een goede asfaltweg doorgereden naar Ruacana, aan de grens met Angola. De grens wordt gevormd door de Kunene rivier, en in die rivier zitten een aantal watervallen die we willen bekijken. Nu weten we dat we in het droge periode reizen en dat de watervallen dus wel niet op hun spectaculairst zullen zijn. De Ruancana Falls, die qua omvang de Victoria watervallen benaderen, schieten daarin een beetje door: het enorme ravijn waarin het water over een breedte van honderden meters meer dan 135 meter naar benden kan vallen is helemaal droog. De stuwdam in Angola staat dicht en dus komt er geen druppel deze kant op. De nabij gelegen Namibische krachtcentrale krijgt zijn water door een grote tunnel uit het stuwmeer. Dat vertelt de bewaker van de nabij gelegen enorme centrale. Hij zit om een praatje verlegen en weet ons ook te vertellen dat er op het moment ook geen rondleidingen zijn omdat er groot onderhoud wordt uitgevoerd.
We druipen beteutert af naar de Hippo Pool campsite, een door de lokale Himba bevolking gerunde campsite aan de rivier. We zijn de enige gasten en ons plekje is aan de rand van de rivier waar we echter geen hippo’s zien maar wel grote krokodillen die op de andere oever in de zon liggen.

100_3165.JPGDe reis naar Epupa – waar ook watervallen zijn – zullen we niet snel vergeten. In de reisgidsen staan verschillende verhalen die melden dat de ca. 125/145 kilometer in 3,5 uur tot 2 dagen te doen zijn. Omdat er halverwege een langere maar veel betere ‘grontpad’ mogelijk is, besluiten we gewoon te kijken hoe de eerste helft verloopt en dan wel verder te zien. Dat eerste stuk gaat prima en is erg mooi: we volgen de rivier door een rotsachtig en bergachtig landschap, waar we slechts een enkel Himba dorpje tegenkomen, met bijbehorende zwaaiende kindertjes. Nog voor 12 uur komen we op de kruising bij het gehucht Swartboois Drift en besluiten we gewoon door te rijden, want op deze manier gaat het prima. Het pad wordt in en net na het dorp wel veel smaller en slechter. Na twintig minuten krijg ik wel wat twijfels over de beslissing maar dan komt er een bushcamper (een 4×4 toyota lancruiser met een vrij forse camper opbouw) van de andere kant. Hmm denken we allebei, als hij het kan, moet het ons ook wel lukken. En dus gaan we door.
Maar ipv beter wordt het pad steeds slechter. Stijle, door de regentijd diep uitgesleten sporen, met grote keien en rotsen, heuvel na heuvel…. De Nissan gaat regelmatig naar zijn lage 4×4 gearing en ik heb al mijn (beperkte) ervaring nodig om er door te komen. Hannekes schouder (en daar mee Hanneke zelf ook natuyurlijk) is niet blij als we met minder dan 10 km/uur voort kruipen en constant enorm heen en weer worden gegooid in de gordels. Na een paar uur beginnen we te twijfelen of we wel voor donker in Epupa zullen zijn, maar sneller rijden is onmogelijk… Enige pluspuntje is dat navigeren een fluitje van een cent is: er is maar 1 pad en dat is makkelijk te volgen, zo langs de rivier.
Toch gaat ook dat mis en de navigatie/gps/telefoon laat ineens zien dat we een veel te zuidelijke koers rijden… wel langs een rivier, maar niet de goede. Het goede nieuws is dat het pad een stuk beter is en we zo hopelijk op de doorgaandeweg uitkomen. Dat gebeurd en net voor donker rijden we de Epupa falls camping op, moe en sjacherijnig.

Epupa
100_3205.JPGDe volgende morgen kijken we zo vanuit de daktent uit over de (bovenstroom) van de watervallen… dat maakt wel weer wat goed. Ook de buscamper is hier en voor het eerst realiseer ik me dat toen we hem tegenkwamen, hij waarschijnlijk net omgedraaid was…
De Epupa watervallen hebben gelukkig wel behoorlijk water en de omgeving met Baobab bomen is erg mooi.Ook de campsite is prima, met veel schaduw zodat we weer een beetje op adem kunnen komen. ‘s Avonds krijgen we wat luidruchtige maar erg aardige blanke Namibiers als buren. We krijgen zelfs blikjes Bacardi Cola aangeboden en later op de avond als alcohol rijkelijke vloeit en grote hoeveelheden vlees over de braai zijn gekomen, mogen we de schnapps opmaken… We slapen wat laat, maar het was wel gezellig. Ook grappig om een conversatie te hebben waarbij de een nederlands spreekt, de ander Afrikaans en de ander Engels. En dat lag niet alleen aan het bier.
De volgende morgen maken we voor het te warm is een wandeling in de bergen langs de rivier en rijden dan door richting het zuiden.

100_3320.JPGDit gedeelte van Namibie – het Kaokoveld – staat bekend om zijn nog traditioneel levende Himba bevolking. Toch heeft het tourisme hier al behoorlijk toegeslagen en tegen de tijd dat we in Opuwo willen gaan bevoorraden zijn we de opdringerigheid eigenlijk een beetje zat. De zwaaiende kindertjes hebben plaats gemaakt voor de hand ophoudende kindertjes en volwassenen. Als er bij de supermarkt meteen een meute om ons heen zwermt die op de auto willen passen, geld willen hebben voor melk, ons mee willen nemen naar een traditioneel dorp enz. hebben we er helemaal genoeg van. We doen – veel te snel – boodschappen, berekenen dat we het met benzine nog wel ff redden en rijden dan snel door. Een paar kilomter buiten het gat stoppen we om de boodschappen fatsoenlijk op te bergen en wat te eten.
Later die dag komen we aan in Sesfontein en laat Namibie zich gelukkig weer van de kant zien zoals we hem eigenlijk kende. Het desolate tankstation heeft een vrolijke bediende die, nadat er meer dan 80 liter in de auto is getankt – met gemaakte verbazing onder de auto kijkt of er ergens een lek zit. (Die zit er niet, maar de motor is een dorstig type, en ondanks de 120 liter tank halen we maar een kilometer 850 op 1 tank). We komen op de door een lokaal ontwikkelingsproject gebouwde en door de lokale bevolking gerunde camping: de Cameltop Campsite. Met ruime plekken, en een – met riet en takken afgeschermde openlucht- wc (gewoon 1 die doortrekt) en douche per plek wordt dit een van de leukste camps van de reis. We eten op houtvuur (ligt klaar) gebakken boerewors met geroosterde paprika. En koud bier om het weg te spoelen natuurlijk.

Palmwag en Twijfelfontein
100_3260.JPGWe hebben een paar dagen met wat minder kilometers gepland en komen dan ook al vroeg in het Palmwag Resort aan. Hier kan je ook wandelen in de omgeving van het resort waar allerlei wild, waaronder Woestijn Olifanten voorkomen. Het is natuurlijk geen Etosha en je moet wel mazzel hebben wil je ook gelijk een Olifant zien, maar het zit weer mee. Vlak voor we vertrekken voor een namiddag wandeling met gids struint er een olifant rond het Resort. Tijdens de wandeling zien we ook nog Hartman Berg zebra’s en een portie springbokkies en een rondsluipende coyote. Ook groeien hier de Welwichia Miraabilis: een erg bijzonder woestijnplant die duizenden jaren oud kan worden en zijn hele leven slechts twee bladeren groeit, vlak boven de grond.

100_3245.JPGEn weer verder. Dit had ook eenkorte dag in de auto moeten worden maar door ons overhaast winkelen in Opuwo hebben we eigenlijk te weinig eten voor de komende dagen en moeten we omrijden over Khoraxis. De piste is gelukkig behoorlijk goed en het schiet wel op, maar een gemiddelde van meer dan 60 km/uur halen we eigenlijk niet op deze pistes (en de verhuurder heeft ook liever niet dat we harder gaan, zo meld een sticker op de voorruit).
Het is inmiddels verassend koeler geworden. De airco gebruiken we helemaal niet meer en de ramen blijven bijna gesloten. We stoppen bij het Petrified Forest en daar krijg ik zelfs in de zon gewoon kippevel. Het versteende woud is een beetje een ‘over statement’ voor een verzameling rotsen in de vorm van stukken boomstam. Het zijn ooit in de ijstijd meegesleepte bomen uit centraal Afrika die op meer dan een kilometer diepte, bedekt met klei, zijn versteend door de inwerking van diverse mineralen, zo verteld onze Gids Stephanus ons in goed en duidelijk Afrikaans. Het lijken net boomstronken, inclusief bast, jaarringen en knoesten, maar als je ze aanraakt is het keiharde, koude steen.
100_3314.JPGDe volgende morgen gaan we na een erg koude nacht vroeg op richting de rots gravures van Twijfelfontein, zo genoemd naar zijn niet al te betrouwbare bron. Ook hier moeten/gaan we met een gids op pad: een kleine donkere vrouw die zich voorstelt als Monalisa. Ze laat ons de her en der verspreide – maar erg uitgebreide – rotsgavures zien en verteld er een boeiend verhaal bij. Er is wel een hoop gebeurd sinds ik hier bijna 20 jaar geleden was en op eigen houtje een beetje mocht rondstruinen. Nu komen er busladingen mensen, zit er een compleet visitorscentre bij met klein museum en is een gids verplicht.

Skeleton Coast
100_3327.JPGAls we wegrijden zijn we in dubio. Het (nieuwe) plan is om nu naar/door de Skeleton Coast National Park te gaan,, maar dat is nog een erg lang stuk rijden voor we zeker weten dat we kunnen overnachten (in het park mag het namelijk niet). Het alternatief is om (weer) terug naar Khoraxis, maar die weg hebben we al twee keer gezien en is uiteindelijk langer. We kiezen toch voor Skeleton Coast en krijgen daar geen spijt van. het vrij bergachtige half-woestijnlandschap maakt nu snel plaats voor kale heuvels en grote winderige vlaktes. Het Park lijkt kaal en onherbergzaam maar heeft een fragiel ecosysteem dat door strikte regels voor bezoekers in stand wordt gehouden.De kust is een mekka voor branding vissers die hier vanuit de hele wereld naar toe komen. Maar niet in dit seizoen. Nu mogen we er alleen doorheen om naar Swakopmund te rijden en we mogen nergens van de route afwijken. Het waait enorm over het maan-landschap en de piste is afen toe bedekt met een meter hoge zandwind die als een harde hagelbui knettert op de auto. We bereiken de kust waar een stormachtige wind zorgt voor een ruige branding en nog meer lage zandstormen. We houden ons hart een beetje vast want we hadden geplandte overnachten op de campsite bij Mile 108 (108 mijlen bij Swakopmund vandaan) en verwachten hier een kale campsite op het strand. Dat blijkt te kloppen, gelukkig zijn er toiletgebouwen waarachter we redelijk beschut kunnen koken en zitten, maar de daktent steekt er bovenuit. De toiletten zijn van het type open pot met grote ruimte eronder waar de boel zich mag ophopen. In australie noemde ze het longdrop’s. Die zie je hier ook veel maar blijkbaar hebben ze de techniek hier wat beter onder de knie, want ze stinken eigenlijk nooit en er zijn nauwelijks vliegen. Wel zorgt de wind in de ventilatie er voor dat het wc papier omhoog valt. Heel apart. Als de zon onder is slaat de kou toe. We hebben ontdekt dat de meegeleverde slaapzakken gelukkig aan elkaar geritst kunnen worden en op 1 na zijn alle openingen in de tent dicht. Laat de wind nou ‘s nachts stiekem draaien.

Swakopmund
Na een slechte, koude, onrustig nacht gaan we op weg en zien we een wegwizjer naar het Cape Cross resort. Cape cross heeft een beroemde (en stinkende) zeeleeuwen kolonie maar om daarom nou een soort klein Port Zelande uit de grond te stampen op deze troosteloze kale kust…. Nou hebben wij zin in koffie met sachertorte en dus slaan we af en bezetten de ontbijtzaal van het resort. Ik scan de branding af naar zeehonden/leeuwen maar zie alleen een te dikke kale duitser in een wetsuit op een surfplank die aan zijn gejuich te zien, eindelijk zijn eerste golf uitrijdt. De koffie met chocolade cake blijkt een toppertje van formaat. Het chocolade gebak is zo groot en machtig dat Hanneke het laatste stukje niet eens opeet. Schande. maar ik hoef het ook niet meer. De rest van de dag hebben we allebei buikpijn maar dat kwam vast van de kou en niet van de torte.

Nu zijn we in Swakopmund. Een vakantie oord dat ook midden in de zomer nog aangenaam is en dus in het voorjaar koud. Overdag een graad of 15 en een stormachtige wind. Reden genoeg om in het Municipal Bungaklowpark een huisje te nemen voor de drie bijkom-dagen die we hier hebben gepland. Want 15 graden klinkt dan misschien koud (en is het ook, zeker als het een paar dagen eerder nog tegen de 40 was) maar de strak blauwelucht zorgt er voor dat de zon zijn werk kan doen. En die zon is heet! In de schaduw kippevel, in de zon zweten. Maar ja, we zitten wel midden in de woestijn en als je de andere kant op zou gaan van de evenaar, dan ligt Swakopmund halverwege de Sahara….

1 Response

  1. Lies says:

    Wat een fantastische reis, ook nog bedankt voor de sms-jes. Leukzo’n uitvoerig verslag. Ontaardt toch niet in werken????? Deel 1 moet ik nog opzoeken, liefs van ons en nog veel goede ervaringen toegewenst,Moeder Lies.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *